Oefentoets hoofdstuk 2

U krijgt nu als oefentoets vijf random vragen. Als u uw email adres invult, ontvangt u de vragen, uw eigen antwoorden en de juiste antwoorden per email. Veel succes!

Welkom bij de oefentoets van Hoofdstuk 2

Liever deelnemen aan een klassikale examentraining? Klik hier voor de mogelijkheden!

Door uw e-mail adres in te vullen, ontvangt u de antwoorden automatisch in uw mailbox. Hiermee abonneert u zich ook meteen op relevante nieuwsberichten, gerelateerd aan Procesmanagement in de praktijk. U kunt zich op elk moment hiervoor afmelden!

Nu ook beschikbaar: Werkboek deel I

e-mail adres:
1. Een patiënt wordt door zijn huisarts verwezen naar het ziekenhuis. Na de intake op de polikliniek volgen een aantal onderzoeken, waarna de behandelend arts de diagnose stelt. Op basis van de diagnose wordt een behandelplan bepaald, waaruit de behandeling van de patiënt volgt. Na de behandeling wordt geëvalueerd of de behandeling succesvol is geweest. Als dat zo is, wordt de patiënt ontslagen uit het ziekenhuis. Wanneer dit niet het geval is, wordt het behandelplan aangepast.
Teken een eenvoudig flowchart van dit proces met gebruik van de standaardsymbolen van de ISO 5807:1985.
2. Hoe kan een organisatie een risicoanalyse gebruiken om te bepalen welke processen in een bedrijf het best beschreven kunnen worden? Motiveer uw antwoord.
3. Een van de processen bij een adviesbureau is het uitbrengen van een advies. Om helder te maken welke personen zijn betrokken bij de verschillende activiteiten in dat een proces, wordt een RASCI-schema opgesteld. De businessunitmanager is eindverantwoordelijk voor het gehele adviestraject. De adviseur stelt het concept rapport op, waarbij hij ondersteuning kan vragen van een senior-adviseur. De businessunitmanager keurt het rapport goed en informeert het secretariaat daarover, zodat het rapport naar de klant wordt gestuurd. Het secretariaat verstuurt het rapport en informeert de adviseur en de businessunitmanager als het rapport is verzonden.
Stel een zo volledig mogelijk RASCI-schema op voor dit proces, waarbij u in het schema per stap weergeeft welke rollen de verschillende medewerkers hebben. Laat de rollen open als u hier geen informatie over heeft.
4. Een bakkerij heeft als hoofdproces het bakken en verkopen van brood. Dit hoofdproces bestaat uit de werkprocessen: grondstoffen inkopen, goederen ontvangen, voorraad beheren, brood bereiden, brood verpakken, brood distribueren. Maak met behulp van een schematische weergave een decompositie van dit hoofdproces, waarbij u minimaal vijf nieuwe (niet genoemde) werkprocessen identificeert.
5. Als u een proces gaat beschrijven, zijn er verschillende kenmerken van het proces die u kunt vastleggen. Benoem minimaal 5 van deze kenmerken.

Klik op "Inleveren" om uw resultaten te zien!