Hoofdstuk 3

Welkom bij de oefentoets van Hoofdstuk 3

Liever deelnemen aan een klassikale examentraining? Klik hier voor de mogelijkheden!

Door uw e-mail adres in te vullen, ontvangt u de antwoorden automatisch in uw mailbox. Hiermee abonneert u zich ook meteen op relevante nieuwsberichten, gerelateerd aan Procesmanagement in de praktijk. U kunt zich op elk moment hiervoor afmelden!

Nu ook beschikbaar: Werkboek deel I

e-mail adres:
1. Een bepaalde supermarktketen heeft als doel gesteld om de goedkoopste te zijn van alle supermarkten. Eén van de processen van een supermarkt is het magazijnbeheer. Noem twee prestatie-indicatoren voor dit proces, afgeleid van het doel van deze supermarktketen?
2. Bij de sturing van uw processen zult u altijd (in meer of mindere mate) sturen op vijf performancefactoren. Dat kunt u doen aan de hand van het sandcone-model en het afwegingsmodel. Wat is het verschil tussen beide modellen?
3. Een groothandel in technische onderdelen wil de komende jaren haar omzet vergroten. Benoem twee mogelijke kritische succesfactoren voor deze groothandel. Motiveer uw antwoord.
4. Een gemeente heeft zich ten doel gesteld om de meest klantvriendelijke gemeente te worden van Nederland. Eén van de processen is het op verzoek verstrekken van identiteitsbewijzen aan haar inwoners. Geef twee prestatie-indicatoren voor dit proces, rekening houdend met het doel van deze gemeente. Motiveer uw antwoord.
5. Een chemisch bedrijf mengt twee stoffen A en B, waarbij een chemische reactie ontstaat. Hierdoor neemt de temperatuur van het mengsel toe. Als de temperatuur te hoog wordt, dan kan de procesoperator het proces bijsturen, door de hoeveelheid van mengstof B te verminderen. Om de juiste stuurinformatie te genereren stelt de procesmanager voor om de temperatuur van het mengsel te meten.

Welke meetfrequentie moet de procesmanager hierbij aanhouden? Motiveer uw antwoord.

Klik op "Inleveren" om uw resultaten te zien!